Wonen in de stad van de toekomst

mrt
06
2018

Klimmen, klauteren en spelen in de openbare ruimte.
Speelplekken worden vaak afgezonderd gepositioneerd. Dat kan integraler en toegankelijker, door gebruik te maken van de gehele openbare ruimte, stelt Tjibbe Haanstra, productmanager spelen bij Donkergroen.

Wat betekent een prikkelende om-geving met speelaanleidingen voor kinderen?

Spelen heeft effect op de algemene ontwikkeling van het kind; motorisch, cognitief en sociaal, maar ook op de gezondheid. Zo blijkt dat er op latere leeftijd minder ziekte voorkomt bij kinderen die veel buiten zijn geweest. Spelen is heel belangrijk voor de toekomst van onze kinderen.

Wat verstaan jullie onder natuurlijk spelen?

Dat gaat om het natuurlijke spel van kinderen. Het interessante is dat dit ondanks de digitalisering, nauwelijks verandert. De basis blijft hetzelfde: klimmen, klauteren, rennen, springen, het water in, door de modder rollen. Voor kinderen hoeft het helemaal niet heel geavanceerd te zijn. Hun impulsen blijken in dit digitale tijdperk nauwelijks te veranderen. Natuurlijk spelen hoeft niet per se in een zachte of groene ruimte. Het kan ook op een harde ruimte, bijvoorbeeld waar klinkers of tegels liggen. Als er maar prikkels zijn zodat het kind er gaat spelen.

Op welke manier kan de openbare ruimte benut worden voor spelen?

De totale buitenruimte moet voor kinderen toegankelijk zijn en aansluiten bij hun beleving. Het is belangrijk dat zij van A naar B kunnen komen, en ook de ruimte buiten de aangewezen speelplekken kunnen verkennen. Zijn daar drukke wegen of andere barrires? Dat geldt ook voor de groene ruimte: kan een kind door de bosjes lopen, in het gras spelen en bloemen plukken? Zowel de hardcore als zachte core ruimte moet benut worden; groen n steen. Het begint met het toekennen van speelfuncties aan de openbare ruimte.

Wordt deze integrale visie voldoende gezien?

Nog niet overal. Op schoolpleinen of sportverenigingen, waar buiten de reguliere tijden veel ruimte niet benut wordt, kunnen kinderen bijvoorbeeld goed spelen. Ook bij zorgcentra of tuincomplexen zijn vaak prima plekken te vinden, maar die worden daar niet vaak voor aangewezen. In sommige gemeenten wordt het als een obstakel gezien als kinderen bloemen plukken uit een perkje. Ik vind dat dat gewoon moet kunnen. Ook hangjongeren verdienen een plekje. De openbare ruimte is van iedereen, we betalen er met zijn allen voor, dus geen enkele groep mag worden buitengesloten.

Op welke manier begeleiden jullie gemeenten en andere opdrachtgevers hierbij?

We proberen duidelijk te maken dat het niet f-f hoeft te zijn, maar n-n. Door te onderzoeken wat al aanwezig is, kun je die plekken inzetten voor speelruimte. Ook adviseren we over participatie van burgers. Veel mensen zien het belang van speelplaatsen, maar niemand wil er een pal voor de deur. Daarom is participatie zo belangrijk. Hierbij is het verstandig om ouders en kinderen apart te betrekken, omdat kinderen anders te veel worden gestuurd door de ouders. Er moet achterhaald worden waar kinderen behoefte aan hebben, met een focus op de functie en niet op het materieel. Dan merk je dat kinderen met allerlei ideen komen over wat ze kunnen of willen doen. Onze ontwerpers, die door ons zelf worden opgeleid en getraind, gaan daarmee aan de slag. Het is heel belangrijk dat hier een orthopedagogische visie aan ten grondslag ligt.

Welke uitdagingen komen jullie tegen?

De brede, integrale visie zorgt voor veel opdrachtgevers, zoals sportcentra, scholen en gemeenten. Het is soms een uitdaging om iedereen tegelijk aan tafel te krijgen. Ook zijn er veel regels en wetten. In onze ontwerpen en plannen toetsen we alles uiteraard aan de bestaande wet- en regelgeving.

 
>